Brussel op: www.basiliades.be

Liberal Nationalism - Yael Tamir

Zijn liberalisme en nationalisme als water en vuur?

Yael Tamir, Liberal Nationalism, Princeton University Press, 1993, 196 blz.

Recensie door Johan Basiliades voor www.basiliades.be - September 2004

Een boek met de titel Liberaal Nationalisme lijkt op het eerste gezicht meer op een provocatie dan op een uitnodiging tot lezen. Eenmaal gelezen blijkt dit boek toch in eerste instantie een spiegel voor liberalen waarin ze hun verborgen nationalistische trekjes in moeten herkennen. Voor de auteur Yael Tamir is dit geen verwijt. Historisch zijn nationalisme en liberalisme in het westen in dezelfde periode, in dezelfde sfeer ontstaan. De overlappingen zijn voor historici bekend. Tamir wil zich in Liberal Nationalism niet tevreden stellen met dit historisch gegeven dat effectief verklaart waarom liberalen vandaag veel vaker nationalistische uitgangspunten hanteren dan ze zelf wel willen geloven. Ze wil de volledige oefening maken vanuit het hedendaags debat in de politieke filosofie.

Yael Tamir is professor aan de universiteit van Tel-Aviv. Ze was lid van de Israëlische vredesbeweging Peace Now. Later werd ze ook politiek actief en onder de regering Barak was ze kortstondig minister van Immigrant Absorption (1999-2001). Ze is opgegroeid in het zionisme. Liberaal nationalisme is naast een doctoraatsschrift ook een persoonlijke oefening om na te gaan tot waar haar nationalisme (het zionisme) ingebed kan worden in haar liberale overtuiging zoals geformuleerd sinds Rawls' Theory of Justice (1971). Maar ook waar liberalisme grenzen en voorwaarden aan het nationalisme stelt. In haar inleiding stelt ze duidelijk: haar vertrekpunt is het liberalisme, niet het nationalisme.

Eens te meer in debat met Rawls

Dit boek vindt zijn plaats in het Angelsaksisch debat rond Rawls' Theory of Justice. Het liberaal mensbeeld van Rawls werd in de jaren '70 en '80 al zwaar onder vuur genomen door de gemeenschapsdenkers (communautaristen) die de mogelijkheid zelf van het bestaan van een mens los van zijn gemeenschap in vraag stelden: de mens van Rawls, het onbelaste individu (unencumbered self) die achter de sluier van onwetendheid bepaalt wat rechtvaardig is, bestaat niet volgens de gemeenschapsdenkers. Het is een onrealistische fictie.

Rawls heeft die kritiek vooral weerlegd door toe te geven: de mens die hij voor ogen heeft achter de sluier van onwetendheid is inderdaad een fictie, een politiek ideaalbeeld. Het is zeker geen stelling over het wezen van de mens stelt Rawls. Maar die fictie benadert wel sterk de realiteit van de westerse liberaal-democratische samenleving. Rawls geeft hier eigenlijk de universele aanspraak van zijn theorie op en treedt de gemeenschapsdenkers in zoverre bij dat hij stelt dat zijn mensbeeld uit de rechtvaardigheidstheorie ingebed is in een liberaal-democratische samenleving. Liberal Nationalism stelt dit mensbeeld nogmaals op de proef.

"No individual can be context free, but all can be free within a context"

Ook de oefening van Yael Tamir begint met een reflectie over de relatie van het individu t.a.v. zijn omgeving, in casu de nationale cultuur. Gaat de nationale cultuur waarin je geboren wordt de individuele keuze qua nationaliteit vooraf. Ingebed zijn in een cultuur en kiezen voor een bepaalde cultuur sluiten elkaar niet uit, stelt Tamir. De nationale cultuur waarin je geboren wordt, bepaalt je identiteit. Maar waarom hebben naties vaak schrik voor assimilatie, voor acculturatie, voor vervaging van de culturele verbondenheid. Omdat er steeds een keuzemogelijkheid blijft bestaan voor het individu om met zijn ingebedde identiteit te breken of voor een andere geadopteerde identiteit te kiezen. In de realiteit shoppen we niet zomaar tussen nationaliteitsgevoelens, maar dat betekent niet dat we niet kiezen. Voor een liberale benadering van nationalisme is dit essentieel: het individu is een "contextual individual" zoals ze het noemt gevormd door zijn of haar omgeving, cultuur, natie ... maar ook een individu die hierover kan reflecteren, die potentieel de mogelijkheid heeft te breken volledig of gedeeltelijk met die omgeving, die die omgeving kan willen hervormen, die kan kiezen voor een andere affiniteit, een andere cultuur.

Het recht op cultuur

Vervolgens gaat Tamir proberen te antwoorden op de vraag waarom samenlevingen rekening moeten houden met de wensen van individuen om hun nationale identiteit te bewaren en hun cultuur te beleven. Omdat culturele keuzes constitutieve keuzes zijn. De keuze voor een cultuur is meebepalend voor de identiteit van het individu. Om dit te illustreren moet je maar denken aan een kantine van een bedrijf die elke dag ook een schotel zonder varkensvlees voorziet voor moslims of joden of elke dag een fijn Japans gerecht op het menu plaats voor een liefhebber van de oosterse keuken. Het eerste is een teken van respect voor een cultuur die bepalend is voor de werknemer (het is zelfs een recht), het tweede is een leuke attentie. Een andere reden dat er rekening moet gehouden worden met culturele keuzes is dat je misschien wel kiest voor een bepaalde cultuur, maar je kiest niet om een minderheid te zijn.

De hamvraag voor de liberaal is dan: zijn deze rechten individuele rechten of groepsrechten. Spontaan denken we dat het groepsrechten zijn die gelijk toepasbaar zijn op een hele groep mensen. Maar het recht op cultuur vloeit aldus Tamir niet voort uit haar toepassing, maar wel uit haar verantwoording. En die verantwoording is steeds samen te vatten tot een vorm van gelijke rechten en kansen (al is het zonder de eigen eigenheid te moeten opgeven), op publieke erkenning van die eigenheid. Recht op cultuur verantwoord je door de waarden dat de leden van die cultuur aan hun cultuur hechten. Een individu binnen een bepaalde cultuur dat geen belang hecht aan die cultuur kan je niet dwingen daar belang aan te hechten. Het zou een vreemde vorm van onderdrukking zijn mochten bijvoorbeeld indianen die geen band meer hebben met hun culturele achtergrond geforceerd worden hun taal te spreken in het openbaar enkel en alleen omdat die cultuur in leven moet worden gehouden.

Voor Tamir is het recht op cultuur een individueel recht van ieder lid van die gemeenschap. Het interpreteren van dit recht als groepsrechten houdt gevaren in. Bijvoorbeeld dat binnen een groep die berust op affectieve banden criteria van rechtvaardigheid ondergeschikt zijn aan de belangen en rechten van de groep. Of bijvoorbeeld dat het recht op cultuur wordt geïnterpreteerd als het behoud van die cultuur (lees in haar authentieke vorm) en dat een lid van die groep het recht wordt ontzegd om bepaalde aspecten van haar cultuur te hervormen, aan te klagen. Een Indiaanse stam waar het eigendomsrecht enkel bij de man berust. Een vrouw kan binnen die gemeenschap ijveren om te waarborgen dat indien zij trouwt met een niet-lid van de gemeenschap zij haar eigendom en rechten binnen de groep kan bewaren. Dit kan enkel indien haar recht op cultuur ook inhoudt dat ze individueel kan kiezen om te reflecteren over haar cultuur en die mee vorm te geven of te hervormen. Een liberale visie op nationalisme hoeft dus niet per se aan te sluiten bij een conservatief omgaan met de natie. Het recht op cultuur is een individueel recht, geen groepsrecht.

Eigen staat, zelfbestuur, federalisme ...

De volgende stap is het achterhalen welke vorm het recht op cultuur naties moeten aannemen. Eerst moet Tamir echter de moeilijkste oefening nog maken en bepalen wat een natie is. De reeds in de inleiding vermelde verstrengeling van nationalisme en het ontstaan van liberale staten heeft het bepalen van wat een natie is niet vereenvoudigd. We spreken over de Verenigde Naties, terwijl het een bond van staten is. Met nationaliteit hebben we het doorgaans over "burgerschap binnen een staat". Wat is dan wel een natie: Tamir houdt het op een culturele invulling van natie. Het zijn ingebeelde gemeenschappen groot genoeg zodat de leden elkaar niet allemaal persoonlijk kennen, maar die een gemeenschappelijke publieke sfeer delen waarbinnen de leden zichzelf ook als natie opvatten verschillend van andere naties. Tamir geeft toe dat het geen sluitende definitie is: het is een gevoelsmatige definitie, maar wel voldoende bruikbaar voor het verder verloop van haar oefening.

Het recht op een publieke sfeer voor het beleven van een nationale identiteit (het recht op cultuur) is het recht op zelfbeschikking (self-determination), stelt Tamir. Liberalen hebben doorgaans dit recht samengesteld met het recht op inspraak (self-rule). Inspraak gaat echter over politieke zelfbeschikking en is verankerd in een theorie over democratie. Self-determination gaat over culturele rechten en is verankerd in een theorie over nationalisme, aldus Tamir. Een politieke entiteit kan perfect rekening houden met inspraak van de inwoners in de besluitvorming zonder rekening te houden met culturele rechten van inwoners die tot minderheden behoren (het doel is dan assimilatie van de minderheden in de meerderheidscultuur), of omgekeerd een dictatuur kan perfect culturele rechten toekennen aan verschillende bevolkingsgroepen binnen dezelfde staat.

De verwarring werd bij liberalen doorgaans versterkt door het gegeven dat staat en natie hetzelfde zijn. In een liberaal-democratische samenleving houdt dit in dat iedere natie in haar streven naar zelfbeschikking ook meent recht hebben op een eigen staat: de natiestaat. De realiteit van tal van landen en regio?s staat daar echter haaks op. De eigen natiestaat, indien het al mogelijk is, is een voorrecht voor de happy few. De meeste landen zijn de facto multinationale staten. Er bestaan tal van andere mogelijkheden om rekening te houden met self-determination: federalisme, confederalisme, lokale autonomie, decentralisatie van bevoegdheden ... of zoals Tamir het aangeeft door erkenning van de eigenheid van een natie binnen een staat. Heel wat naties hunkeren in eerste instantie naar erkenning en dit gaat in hoge mate gepaard met symbolische maatregelen !

Wat betekent dit voor Tamirs poging om een liberaal nationalisme te verklaren. Zelfbeschikking als een vorm van recht op cultuur is een individueel recht in de logica van Tamir, geen groepsrecht. Dit betekent dat het in haar logica ook begrensd is door dezelfde rechten die andere individuen hebben o.a op hun zelfbeschikking. De liberale invalshoek begrenst dus al aanzienlijk de omvang van de eisen van nationalisten, zonder ze ongegrond te beschouwen vanuit liberaal standpunt.

Met haar benadering van nationale rechten als individuele rechten weerlegt Tamir ook de kritiek dat nationalistische aanspraken louter particularistische aanspraken zijn, eigen aan iedere afzonderlijke natie. Voor Karel Popper doet nationalisme beroep op "onze tribale instincten, onze passies en vooroordelen, en op ons nostalgisch verlangen om verlost te worden van de druk van de individuele verantwoordelijkheid. Het poogt deze verantwoordelijkheid te vervangen door collectieve verantwoordelijkheid". Voor een nationalisme binnen een liberaal kader gaat dit niet op, meent Tamir. Achter de particuliere invulling van iedere vorm van nationalisme zoekt de liberale nationalist juist een gemeenschappelijke grond. Zo stelt Tamir als voorbeeld dat de rechten van joden op een eigen land vanuit liberaal nationalistisch oogpunt niet gegrond kunnen zijn in het lijden van het joodse volk en de holocaust, want dit zou betekenen dat leden van een natie die dat lijden niet ervaren hebben, of die zelf ooit onderdrukker waren, geen aanspraak zouden kunnen maken op zelfbeschikking of op het recht op cultuur.

Nationale rechten zijn enkel universeel verdedigbaar als ze verwijzen naar wat ze betekenen voor de leden van een natie en niet op basis van een waardeoordeel over het particulier verhaal van die natie. Voor vele nationalisten die hun overtuiging putten uit bijvoorbeeld historisch onrecht en onderdrukking is dit uiteraard een moeilijke toegeving.

De gevolgen van liberaal nationalisme op sociale rechtvaardigheidstheorie

Yael Tamir heeft een vrij coherent verhaal gebracht waarom er politiek rekening moet en kan gehouden worden met nationale eisen vanuit het liberalisme. Maar het is toch vooral op de ethische gevolgen dat nationalisme doorgaans zwaar wordt afgerekend, niet zozeer op haar politieke verzuchtingen. Nationalisme afgewogen ten aanzien van ethische modellen in het bijzonder Rawls Theory of Justice wordt gepercipieerd in het beste geval als collectief ego?e in het slechtste geval als een vorm van racistische en/of etnische uitsluiting. Nationalistische moraal gaat over het bevoordelen van leden ten aanzien van niet-leden van een natie.

Welk antwoord biedt het liberaal nationalisme dat Tamir verdedigt op dit vlak. Je moet de vraag herleiden tot: wat is de band tussen gevoelens van "toebehoren tot" en morele verplichtingen? De morele verplichtingen die voortvloeien uit een dergelijke associatieve band (familie, vrienden, kennissen, buren, leden van een vereniging of club, van een vakbond, van een natie ...) kunnen samengevat worden onder de noemer "Moral of Community". Hoe verhoudt die gemeenschapsgebonden moraal, die altijd een vorm van favoritisme t.a.v. leden boven niet-leden rechtvaardigt zich ten aanzien van de zuivere liberale moraal, waar in Rawls' hypothese achter de sluier van onwetendheid gevoelens van verbondenheid worden weggedacht?

Liberalen hebben doorgaans geen enkel probleem met de erkenning van de "Moral of Community" en het favoritisme dat het met zich meebrengt. "Moral of community" is in de ogen van Rawls bijvoorbeeld essentieel in het scheppen van een rechtvaardigheidsgevoel bij mensen. Een essentiële stap in de opbouw naar een rechtvaardigheidstheorie. Maar al die vormen van gemeenschap (familie, vrienden,...) worden door liberalen doorgaans niet als echt belangrijk ervaren om dat het relevante niveau in een liberale rechtvaardigheidstheorie de staat is. De liberale ethiek transcendeert als ware de "Moral of Community". Voor gemeenschapsdenkers berust de moraal daarentegen grotendeels op dergelijke banden en is er geen nood aan principes of regels zoals Rawls'two principles of justice in een omgeving waar moraal berust op zorg en empathie.

Het liberaal Nationalisme dat Tamir voorstaat volgt geen tussenweg maar een liberale weg door te stellen dat het favoritisme binnen de "Moral of Community" wel degelijk aan ons intuïtief moreel gevoel appelleert, maar dat het daarom niet absoluut is. In sommige gevallen mag je leden boven niet-leden verkiezen. In andere gevallen niet: bijvoorbeeld als een vreemde veel dringendere en ingrijpendere hulp nodig heeft dan een landgenoot. Wat Tamir bedoelt, is dat je principes kan vinden die aflijnen wanneer je in je morele verplichtingen je band met vrienden, familie, kennissen, leden van dezelfde leefgemeenschap, natie ... laat voorgaan en wanneer je dit niet doet. Je hoeft je banden daarvoor niet weg te denken als een sluier van onwetendheid.

Dit is de originaliteit van het liberaal nationalisme t.a.v. andere vormen van nationalisme. Ook het ethisch kader is begrensd. Maar het is ook de originaliteit ten aanzien van liberale theorieën die het nationalisme niet in rekenschap nemen aldus Tamir. Morele verplichtingen die voortvloeien uit gevoelens van toebehoren is een gegeven dat ook liberalen erkennen. Tamir gaat eigenlijk nog verder door ook die morele verplichtingen aan bepaalde principes van rechtvaardigheid te onderwerpen.

De verborgen agenda van het liberalisme

Als Yael Tamir zich al die moeite getroost heeft om die liberale weg naar nationalisme vanuit de politieke filosofie te verantwoorden is het omdat ze ervan overtuigd is dat het liberalisme de facto al die elementen in zich heeft opgenomen in de dagelijkse praktijk: in de theorieën over distributieve solidariteit, burgerschap, immigratie, landsgrenzen, nationale symbolen ... en dit om historische redenen. Liberale, democratische en nationale stromingen vermengden zich graag in de XIXe eeuw.

Maar deze historische realiteit van vermenging tussen liberalisme en nationalisme en de formele ontkenning hiervan door vele liberalen gaat gepaard met een verborgen agenda van liberalen. Een agenda die Tamir niet ontgaan is. De verborgen nationalistische trekjes van vele liberalen vertalen een gehechtheid aan het status quo: de nationale staten van de XIXe eeuw. De meeste staten zijn echter multi-nationale staten. Er is geen reden dat onder de voorwaarden van het liberaal nationalisme ook aan die nationale entiteiten (minderheden) binnen de bestaande staten niet dezelfde erkenning te gegeven.

Tamir wou met haar boek een aantal klassiek liberale politiek filosofen aanzetten om hun vooroordelen te herzien ten aanzien van nationalisme. Aan de lezer om te oordelen of ze erin geslaagd is. Een aantal zaken heeft ze alvast aan het debat bijgebracht: nationale gevoelens kan je niet zomaar wegdenken in een politieke theorie enkel omdat je ze ongepast vindt. Ze bestaan nu eenmaal. Nationale aanspraken op politiek niveau erkennen betekent niet dat die aanspraken absoluut zijn. Evenmin op ethisch vlak: lidmaatschap van een nationale gemeenschap kan relevant zijn in je morele verplichtingen, maar wordt ook gewoon afgewogen ten aanzien van tal van andere morele verplichtingen.

Een ander element heeft ze heel haar relaas lang goed voor ogen gehouden: "ideologische stromingen die onder één vlag varen, of het nu gelijkheid, vrijheid of nationale bevrijding is, moet je met het nodige wantrouwen benaderen. Mensen hebben een brede waaier van interesses, voorkeuren en noden. Een goede politieke filosofie zal trachten een evenwicht te zoeken eerder dan het proberen uitspelen van een enkele van deze ten koste van de rest." Hierin is Tamir volledig op de lijn van in vele opzichten haar inspiratiebron en klankbord bij het schrijven van dit boek, Isaiah Berlin. Niet alleen in de politiek, maar ook in de politieke filosofie moet je water bij de wijn doen.

Yael Tamir, Liberal Nationalism, Princeton University Press, 1993, 196 blz.

Recensie door Johan Basiliades